2.Kaarden

 

Om alpacawol te kaarden wordt een kaardemolen - of kaardeplankjes - met fijn beslag (72 ppi) geadviseerd.

Voordat je de wol gaat kaarden kun je het zand uit de vacht schudden en met de hand eventuele hooisprietjes verwijderen. Met alpacawol kun je een mooie dunne draad spinnen en dat is plezierig omdat een dunne trui van alpacawol al heerlijk warm is. Verder is de wol zacht, sterk, fijn van structuur, hypo-allergenisch en het isoleert goed.

Omdat alpaca’s in wel meer dat twintig natuurlijke kleuren voorkomen, zou je het verven zelfs achterwege kunnen laten.

Als eerste handeling moeten de losse vezels voorbereid worden, het vuil moet eruit worden gehaald en de vezels moeten in één richting komen te liggen.. Bij handspinnen kan hiervoor zowel een kaardrol als kaardplanken worden gebruikt. De kaardrol bestaat uit twee rollen die over de hele oppervlakte bezet zijn met korte haakjes (garnituur genaamd). De rollen zitten dicht tegen elkaar geplaatst in een houder. Tijdens het ronddraaien met een hendel, wordt  de wol tussen de rollen geduwd, en ontstaan er vezels die in een richting komen te liggen.

image-171041-kaarden_1.jpg
kaardmolen Louet
image-171042-kaarden_2.jpg
kaard borstels

Hetzelfde effect wordt bereikt met de kaardplanken of borstels. De planken hebben een licht gebogen vorm en zijn ook bezet met garnituur over de hele oppervlakten. Het kaarden met borstels gebeurt als volgt: in beide handen wordt een borstel genomen, het stukje wol wordt op een van de borstels gelegd, en door nu een korte trekkende beweging te maken worden de vezels een kant op getrokken.